Informatiedossier - Incident bij de stroomtoevoer in de Zweedse kerncentrale Forsmark-1 .
1. Inleiding
Bij een onderbreking, op 25 juli 2006, van de elektrische voeding van de kerncentrale Forsmark-1 zijn twee van de vier dieselgeneratoren, die in een dergelijke situatie de stroomtoevoer moeten verzekeren, niet gestart. Desalniettemin hebben de twee overige generatoren de verdere koeling van de inmiddels stilgelegde reactor in veilige omstandigheden weten te verzekeren.
Dit incident werd op de INES schaal gerangschikt als een voorval van niveau 2 en heeft bijgevolg geen gevolgen gehad, noch voor de bevolking, noch voor het leefmilieu.
Alhoewel het onderzoek van dit incident nog niet geheel is afgerond, bestudeert het FANC het verloop van de gebeurtenissen om na te gaan of een gelijkaardig incident zich ook kan voordoen in één van de Belgische kerncentrales en zo ja, met welke gevolgen.
Deze mededeling houdt rekening met de informatie zoals deze vandaag bekend is.
2. De lering getrokken uit het Zweedse incident en de terugkoppeling ervan naar de Belgische kerncentrales
Elk belangrijk incident in een Belgische of buitenlandse kerncentrale maakt het voorwerp uit van een minutieus en deskundig onderzoek. De bekomen informatie wordt nationaal en internationaal benut volgens het principe 'lering uit ervaring'. Dit kan aanleiding geven tot corrigerende maatregelen op verschillende gebieden: technische wijzigingen aan de installaties, nieuwe uitbatingsprocedures, bijkomende vorming van het uitbatingpersoneel, enz.
Alhoewel de oorzaak of het verloop van het incident op geen enkele wijze verband houdt met het type van de betrokken kernreactor, dient er toch op gewezen dat de reactor van de kerncentrale van Forsmark-1 (kokend-water-reactor) van een verschillend type is als deze in de Belgische kerncentrales (druk-water-reactoren). Belangrijker dan dit verschil in type, is de vaststelling dat de uitrustingen die betrokken waren bij het Zweedse incident, ook verschillend zijn van diegene aangewend in Belgische installaties. Dit heeft het Agentschap overigens niet belet om een diepgaand onderzoek in te stellen naar dit incident, om zo nodig lessen te kunnen trekken voor de centrales van Doel en Tihange.
Het voorval dat het incident in de Zweedse kerncentrale heeft uitgelokt was een abnormale toename van de elektrische spanning in de installatie, als gevolg van een probleem op het uitwendige hoogspanningsnet. Deze overspanning heeft de feilloze start belet van 2 van de 4 dieselgeneratoren.
Bij het ontwerp van de Belgische installaties werden voorzieningen in het elektriciteitsnet ingebouwd om ze te beschermen tegen overspanningen. Zulke voorvallen van overspanning hebben zich overigens al voorgedaan in de Belgische kerncentrales, onder meer als gevolg van fouten in het elektriciteitsnet, maar ook als gevolg van testen. Dank zij de ingebouwde beschermingen en uitrustingen om deze fenomenen te beheersen, hadden deze overschrijdingen geen weerslag op de veiligheid.
De interne elektrische voeding wordt op redundante wijze verzekerd via het voedingsnet op 220 volt en via een systeem van batterijen.
Tenslotte beschikken de Belgische centrales over veiligheidssystemen die zijn uitgebouwd op twee niveaus (zie verder punt 3).
Het feitelijk onderzoek wordt voortgezet naarmate de resultaten bekend geraken van het onderzoek naar het Zweedse incident
3. Elektrische voeding van de Belgische kerncentrales en het testprogramma
De kerncentrales zijn uitgerust met systemen die toelaten om het falen van uitrustingen op te vangen. Dit zijn de zogenaamde veiligheidssystemen.
Deze veiligheidssystemen zijn uitgebouwd op twee verschillende niveaus, die elk afzonderlijk in staat zijn om de 3 essentiële veiligheidsfuncties te verzekeren: het beheersen van de kriticaliteit, de afvoer van de ontwikkelde warmte en de opsluiting van de aanwezige radioactieve stoffen.
Het veiligheidssysteem van het eerste niveau omvat verschillende veiligheidsuitrustingen die ontworpen zijn om de gevolgen op te vangen van incidenten of accidenten waarvan de oorzaak binnen de installatie zelf is gelegen (ongevallen van interne oorsprong). Bij het uitvallen van de elektrische voeding bijvoorbeeld, zullen dieselgeneratoren de voeding op zich nemen die noodzakelijk is voor het behoud van de veiligheid.
Het veiligheidssysteem van het tweede niveau omvat verschillende veiligheidsuitrustingen die ontworpen zijn om in werking te treden bij ernstige ongevallen of wanneer het veiligheidssysteem van het eerste niveau, onbeschikbaar is, bijvoorbeeld ten gevolge van een ongeval waarvan de oorzaak is gelegen buiten de installatie (ongevallen van externe oorsprong). Zijn functie bestaat erin om een toestand van maximale veiligheid te waarborgen, door alle veiligheidsfuncties te herstellen die door het ongeval zouden zijn uitgeschakeld. Om de integriteit van dit ultieme veiligheidssysteem te waarborgen staat het opgesteld in een versterkt gebouw, geïsoleerd van de andere gebouwen. Het beschikt over zijn eigen voorzieningen.
Niet alle kerncentrales in de wereld zijn uitgerust met zo'n ultiem veiligheidssysteem van het tweede niveau, zoals de Belgische.
Elk veiligheidssysteem, zowel dit van het eerste als van het tweede niveau, is voor elke reactor uitgevoerd op een meervoudige, redundante wijze: het is opgebouwd uit meerdere stellen van uitrustingen, waarbij elk stel afzonderlijk in staat is om de veiligheidsfunctie te verzekeren waarvoor het is ontworpen. Het falen van één van deze stellen leidt dus niet tot een onbeschikbaarheid van het veiligheidssysteem waarvan het deel uitmaakt.
De dieselgeneratoren van de verschillende eenheden van de kerncentrales van Doel en Tihange worden regelmatig getest. De goede werking van deze dieselgroepen, met name hun feilloze start, wordt maandelijks getest. Testen op het herstel van de elektrische voeding worden éénmaal per jaar uitgevoerd. Tijdens dergelijke testen wordt door de operatoren op een gecontroleerde wijze de afschakeling gesimuleerd van de elektrische voeding, wordt nagegaan of de diesels op een correcte wijze starten en of alle daarop aangesloten uitrustingen functioneren zoals voorzien in de specificaties. Indien zich tijdens een test een anomalie voordoet, wordt de oorzaak ervan achterhaald en geremedieerd.
De actuele toestand van deze dieselgeneratoren baart geen bijzondere bezorgdheid.
De informatie die totnogtoe werd verzameld over het Zweedse incident en de gemeenschappelijke analyses van het Agentschap, de erkende controle-instelling en de exploitant laten toe te besluiten dat de Belgische kerncentrales in staat zijn om zulke fenomenen te doorstaan. Voorts moet worden benadrukt dat alle noodzakelijke procedures beschikbaar zijn en toegepast worden tijdens de normale uitbating van de installaties, maar ook tijdens incidenten. Deze procedures maken deel uit van de permanente vorming van het uitbatingspersoneel, zodat een goed opgeleide operator zulke situaties perfect in de hand moet kunnen houden. De in voege zijnde procedures voorzien in sommige gevallen dat de veiligheidsuitrustingen manueel moeten worden gestart.
Gelet op de hoger verstrekte verduidelijkingen bevestigt het FANC het momenteel niet nodig is om bijkomende beschermingsmaatregelen op te leggen.
Het Agentschap neemt zich voor om dit informatiedossier geregeld te actualiseren.
16 Januari 2006



