Het FANC stelt momenteel geen element vast dat de stralingsbescherming van de werknemers van het SCK•CEN in vraag stelt
Bepaalde media hebben onlangs verklaringen verspreid van anonieme personen die zich presenteren als ex-werknemers van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK•CEN) te Mol. Zij beschuldigen o.a. de directie van het SCK•CEN van een slordige aanpak in het verleden van de veiligheid en de stralingsbescherming van het eigen personeel en het personeel van onderaannemers en dit bij de ontmantelingswerkzaamheden van de kernreactor BR3. Er werden ook verontrustende uitspraken gedaan over de gevolgen voor de gezondheid van personen die beroepshalve aan straling worden blootgesteld.
Een woordje uitleg over :
De ontmanteling van de BR3
Het pilootproject van de ontmanteling van de BR3-reactor van het SCK - CEN werd gestart in het jaar 1989. Het begon met de ontsmetting van de primaire kring, gevolgd door de ontmanteling van de delen met de hoogste radioactiviteit (thermisch schild, interne delen van de reactorkuip, primaire kring en uiteindelijk de reactorkuip zelf). De algemene doelstellingen van het pilootproject, gesteund (ook financieel) door de Europese Commissie, waren het onderzoek naar de haalbaarheid van het ontmantelen van een reactor, het opbouwen van ervaring qua ontmantelingstechnieken en ontsmettingstechnieken, het verzamelen van gegevens m.b.t. doses, tijd, gegenereerde afvalvolumes en kosten.
Zoals in alle ontmantelingsprojecten werden verschillende ontsmettingstechnieken gebruikt. De keuze is afhankelijk van de aard van de contaminatie of besmetting, de radioactieve stoffen, het activiteitsniveau, .. Het kunnen dus heel eenvoudige technieken zijn - maar dan wel uitgevoerd onder gecontroleerde werkomstandigheden - of meer ingewikkelde technieken uitgevoerd in een volledig gesloten en gecontroleerde atmosfeer. De technieken die gebruikt worden zijn o.a. gewoon stofzuigen, gebruik van foams (chemische producten die zoals een zeep op de oppervlakte worden aangebracht om de gecontamineerde film op te lossen en aansluitend af te wassen) of decontaminatie in een agressief milieu (b.v. in de MeDOC-installatie op de BR3). De gebruikte technieken moeten uiteraard wel door de dienst voor fysische controle van de exploitant [1] en een erkende instelling [2] goedgekeurd zijn. De uitvoering van de ontsmettingswerken wordt o.a. op naleving van de beschermingsmaatregelen voor de werknemers, opgevolgd.
Het toezicht op de ontmanteling van de BR3
Het toezicht op het SCK•CEN gebeurt in drie niveaus in superpositie.Een eerste niveau is de dienst voor fysische controle van de exploitant.
Het tweede niveau bestaat uit de systematische controles van de erkende instelling. Sinds 1 januari 1996 worden deze controles voor het SCK•CEN uitgevoerd door de erkende instelling Bel V. Voorheen gebeurde dit door CORAPRO.
Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) is bevoegd voor het toezicht op de bescherming van de werknemers, de bevolking en het leefmilieu tegen het gevaar van ioniserende stralingen en vormt het derde niveau van controle. Het FANC is tevens bevoegd voor het toezicht op de goede werking van de erkende instellingen.
Het FANC heeft daarnaast de opdracht om neutrale en objectieve informatie te verstrekken.
Tot 2001 waren de overheidsinstanties bevoegd voor de bescherming van de werknemers, de bevolking en het leefmilieu tegen de gevaren van ioniserende stralingen de diensten DBIS (Dienst voor de Bescherming tegen Ioniserende Stralingen) en DTVKI (Dienst voor de Technische Veiligheid van de Kerninstallaties), respectievelijk afhangend van het toenmalig Ministerie van Volksgezondheid en het toenmalig Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
Het medisch toezicht valt onder de bevoegdheid van de Inspectie Welzijn op het Werk (IWW) van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO). De IWW is eigenlijk een fusie van de vroegere Technische Inspectie en Medische Inspectie.
De vrijgave van materialen die uit de nucleaire bedrijven komen
Materialen mogen enkel uit nucleaire zones verwijderd en afgevoerd worden (bv. als schroot) indien ze voorafgaand "vrijgegeven" zijn volgens procedures goedgekeurd door de dienst voor fysische controle en de erkende instelling. Dit betekent dat niet-radioactieve materialen selectief verzameld worden. Na metingen worden deze voor een bepaalde tijd opgeslagen. Daarna worden de materialen nog eens volledig nagemeten vooraleer deze de site mogen verlaten.De vorming en informatie van de personen die in de nucleaire bedrijven werken
Iedereen die in de nucleaire bedrijven gaat werken, moet voorafgaand een vorming gekregen hebben (nr. art. 25 van het ARBIS). Deze vorming wordt aangepast aan de aard van de werkzaamheden en het niveau van de risico's en wordt herhaald bij de invoering van bv. een nieuwe technologie, een verandering van arbeidsmiddel,. . De personen worden regelmatig geïnformeerd over de risico's voor de gezondheid, over eerste hulp en noodgevalprocedures, over de basisnormen qua stralingsbescherming, over de regels van goede praktijk voor een doeltreffende bescherming van zichzelf en hun collega's, over de betekenis van waarschuwingstekens en -symbolen en over technische en medische voorschriften.De bescherming van de personen die in de nucleaire bedrijven werken
Afhankelijk van de werkpost en de hiermee gepaard gaande risico's, onderzoekt de dienst voor fysische controle voorafgaand welke speciaal aan de werkpost aangepaste beschermingsmiddelen (bv. het dragen van een stofmasker,.) en werkprocedures er nodig zijn.
Deze dienst controleert naderhand ook of deze beschermingsmiddelen effectief gedragen worden en of de werkprocedures gerespecteerd worden. De erkende instelling oefent tevens controle hierop uit.
De dosislimieten voor het personeel en het ALARA-principe
De reglementering qua ioniserende stralingen (art 20 van het koninklijk besluit 20.07.2001) legt dosislimieten op voor personen die in de nucleaire bedrijven werken. Vele nucleaire exploitanten - waaronder het SCK•CEN - leggen zichzelf interne limieten op die strenger zijn dan de wettelijke limieten. Dit ligt volledig in de lijn van het algemeen geldende ALARA-principe (As Low As Reasonably Achievable), waarbij de doses zo laag als redelijkerwijze mogelijk gehouden worden.
Vooraleer een werk in een nucleaire bedrijf aan te vatten, dient dit grondig voorbereid te worden vanuit oogpunt van stralingsbescherming. Er worden dan schattingen van de doses gemaakt. Bij de concrete uitvoering van het werk wordt men soms geconfronteerd met onvoorziene omstandigheden of moeilijkheden, waardoor het werk méér tijd en dus méér dosis vraagt dan initieel voorzien. In dit geval kan met de goedkeuring van de dienst voor fysische controle beslist worden het werk verder te zetten, evenwel steeds met respect van de wettelijke dosislimieten.
De bescherming van het personeel van onderaannemers
De reglementering qua ioniserende stralingen (art 37 ter van het koninklijk besluit 20.07.2001) voorziet in vereisten m.b.t. de operationele bescherming van het personeel van onderaannemers. De bedoeling is een equivalente bescherming te bieden aan zowel de werknemers die door de nucleaire exploitant op permanente basis tewerkgesteld worden als aan het personeel van onderaannemers (die blootgesteld worden aan een risico van ioniserende stralingen tijdens hun werkzaamheden in de nucleaire zone van een nucleaire exploitant). Dit betekent dat de hierboven uitgelegde beschermingsprincipes geldig zijn voor zowel het eigen personeel van de nucleaire exploitant als voor het personeel van onderaannemers.
De invloed op de gezondheid van de werknemers en de bevolking [3]
Epidemiologische studies hebben aangetoond dat de sterfte als gevolg van kankers bij werknemers en bevolking in de regio van het SCK•CEN zeker niet hoger is dan bij de rest van de Belgische bevolking [4] .
Deze vaststelling werd ook gedaan tijdens een onderzoek op nucleaire werknemers van de uitbater van de Franse kerncentrales (EdF) met het resultaat dat deze werknemers procentueel minder gevallen van kanker vertoonden ten opzichte van de rest van de Franse bevolking[5] .
Het FANC onderneemt acties
De erkende instelling AVN voert, onder verantwoordelijkheid van het FANC, op systematische wijze controles uit in de installaties van het SCK•CEN . Het FANC ontvangt alle controleverslagen van deze erkende instelling. Bovendien is er regelmatig overleg tussen het FANC en de erkende instelling over de veiligheid van de nucleaire inrichtingen.
Noch de vaststellingen tijdens de inspecties van het FANC, noch de controles van de erkende instelling, noch de onderwerpen besproken tijdens het periodiek overleg, leiden tot het in vraag stellen van de veiligheid op de site van het SCK•CEN .
Op schriftelijke vraag van het FANC heeft de Directeur generaal van AVN, de erkende instelling, die onder de verantwoordelijkheid van het FANC de systematische controles van de site van het SCK•CEN uitvoert, schriftelijk bevestigd dat haar experts geen ontoelaatbare praktijken op de door hun gecontroleerde site hebben vastgesteld. De Directeur-generaal ontkent uitdrukkelijk de woorden die hem in de mond werden gelegd, alsof er "voldoende reden is om ongerust te zijn" (De Morgen van 27-01-2005).
Het Agentschap zal uiteraard ook het standpunt van het SCK•CEN op de tijdens de uitzending van 30 januari ll op CANVAS geuite beschuldigingen opvragen en evalueren.
Als toezichthoudende overheid wil het FANC evenwel over verklaringen van deze getuigen - die meegewerkt hebben aan de uitzending op CANVAS - beschikken, om op basis hiervan eventueel over te gaan tot een bijkomend onderzoek van de veiligheid. Daarom richt het FANC een brief aan CANVAS met het verzoek de anonieme getuigen uit de reportage te contacteren en hen te vragen contact op te nemen met het FANC.
Op deze wijze kan het FANC haar opdracht van toezichthoudende overheid die instaat voor de bescherming van bevolking en leefmilieu, volledig vervullen.
[1] Dit is een dienst die elke grote, nucleaire exploitant verplicht moet organiseren. Deze dienst heeft als opdracht intern toe te zien op de stralingsbescherming en de nucleaire veiligheid en beschikt over hooggekwalificeerde personen die door het FANC erkend zijn.
[2] (Dit is een instelling, erkend door het FANC, die op systematische wijze controles uitvoert onder de verantwoordelijkheid van het FANC.
[3] United Nations Scientific Committee on the Effects of Atomic Radiation, Sources and effects of ionizing radiation, UNSCEAR 2000 Report to the General Assemly, with Scientific Annexes VOLUME II Effects
[4] Van Mieghem E. , Holmstock L., Engels H., Van Regenmortel I. 2002. Kankersterfte rond de nucleaire site van Mol-Dessel, België. Tijdschr; voor Geneeskunde; 58 (19).
[5] Rogel A, Carré N, Amoros E., Bonnet-Belfais M., Goldberg M., Imbernon E., Calvez T., Hill C. 2005. Mortality of workers exposed to ionizing radiation at the French National Electricity Company. Am. J. Ind. Med. 47:72-82.
31 Januari 2005



