Geen te verwachten problemen in België van radioactieve deeltjes door bosbranden in Rusland (update 2 - geactualiseerde grafiek)
De branden die Rusland op dit ogenblik teisteren en een bedreiging vormen voor bepaalde in het verleden besmette zones (door het ongeval te Tsjernobyl in 1986 of het ongeval in Kyshtym in het zuiden van de Oeral in 1957) zouden kunnen leiden tot de opdwarreling van radioactieve deeltjes, hoofdzakelijk Cesium-137, in de atmosfeer. Afhankelijk van de weersomstandigheden is het steeds mogelijk, zelfs wanneer de wind in België meestal van west naar oost waait, dat er besmette luchtdeeltjes in de richting van ons land waaien. Gezien de geringe hoeveelheid radioactiviteit en de verdunning veroorzaakt door de afstand, zullen er in ons land slechts zeer zwakke sporen van radioactiviteit kunnen worden gemeten. Ze zijn nauwelijks detecteerbaar door de meetmethodes die klassiek gebruikt worden voor het radiologisch toezicht op ons grondgebied en zullen geen gevolgen hebben voor de gezondheid van de bevolking.
Tijdens de bosbranden die zich in de streek nabij Tsjernobyl tussen mei en september 2002 hebben voorgedaan, werden in verschillende Europese landen metingen uitgevoerd onder gelijkaardige omstandigheden. Hier bedroeg de besmetting met Cesium-137 in de in Frankrijk gemeten lucht niet meer dan enkele miljoensten Becquerels (Bq*). De maximale waarden werden opgetekend in Litouwen en bedroegen 200 miljoensten Bq per m³ gedurende 4 opeenvolgende dagen. [Link naar de website van IRSN (FR)]
Een conservatieve dosisevaluatie die ervan uitgaat dat de besmetting van de lucht constant 1 mBq/m³ (een duizendste Bq) gedurende een ganse maand zou bedragen, toont aan dat de blootstelling van de bevolking lager zou zijn dan 1 µSv, d.w.z. minder dan twee duizendsten van de dosis waaraan een Belg jaarlijks door de natuurlijke radioactiviteit wordt blootgesteld. In deze omstandigheden kunnen we er dan ook van uitgaan dat het radiologische risico verbonden met deze opdwarreling van radioactiviteit door de bosbranden in Rusland te verwaarlozen is voor de Belgische bevolking.
Het FANC volgt de gebeurtenissen in ieder geval aandachtig op en staat in contact met zijn buitenlandse collega's om zo over een maximum aan betrouwbare informatie te kunnen beschikken. Zo ontvingen wij een mail van het IAEA over de actuele situatie in Rusland.
Wij willen er tevens de nadruk op leggen dat wanneer er door de bevoegde autoriteiten van de buurlanden van Rusland een abnormale verhoogde radioactieve waarde zou worden opgemeten, de snelle informatiemechanismen die door de EG en de IAEA kort na het ongeval van Tsjernobyl werden ingevoerd, onmiddellijk geactiveerd worden en dat het FANC, evenals de FOD binnenlandse Zaken hiervan onmiddellijk op de hoogte worden gesteld.
* één Bq stemt overeen met een desintegratie per seconde.
Radioactiviteit gemeten in de luchtstof in de atmosfeer afgenomen in Mol door het SCK°CEN tussen 1 januari 2010 en 31 juli 2010 (de metingen worden continu uitgevoerd)
Radioactiviteit gemeten in de luchtstof in de atmosfeer afgenomen in Mol door het SCK°CEN tussen 1 januari 2010 en 31 juli 2010 (de metingen worden continu uitgevoerd)
De radioactiviteit die gemeten is in de atmosfeer is vooral afkomstig van natuurlijke radionucliden zoals Beryllium-7, bijproducten van radon,... De bijdrage van Cesium-137 is minimaal.
Deze dagelijkse metingen vertonen een grote diversiteit in waarden, afhankelijk van de atmosferische condities. Men kan bijvoorbeeld na een regen- of onweersbui een verhoging van de radioactiviteit waarnemen, omdat hierdoor de stofdeeltjes op de grond afgezet worden. Op grond van deze statistiek kan men concluderen dat de bosbranden van de laatste weken in Rusland in België geen significante verhoging laat zien van de radioactiviteit in de lucht.
Bron: SCK°CEN
13 Augustus 2010



