Europese audit wijst uit: België voldoet ruimschoots aan zijn internationale verplichtingen
Vooruitlopend op het definitieve verslag, verklaarden de deskundigen van de Europese Commissie tijdens de afsluitende vergadering op 9 januari 2009 dat België volledig en zonder tekortkomingen beantwoordt aan de verplichtingen opgelegd door het artikel 35 van het EURATOM-verdrag. Volgens dit artikel moet elke lidstaat de nodige installaties oprichten om een voortdurende controle uit te oefenen op de radioactiviteiten van de lucht, het water en de bodem.
Tijdens de week van 5 tot 9 januari 2009 vond in België een audit plaats, die zich richtte op de installaties van de site Fleurus en op het nationaal netwerk voor radiologische bewaking. Tijdens deze periode bezocht een team van 4 deskundigen van de Europese Commissie de verschillende installaties die België gebruikt om de radioactiviteit in het leefmilieu te karakteriseren. Hieronder vallen zowel de installaties van de gekozen installatie (de nucleaire site van Fleurus) als deze die door de overheid (het FANC) gebruikt worden. Zo werden er, naast de installaties te Fleurus, onder meer verificaties uitgevoerd van de TELERAD-installaties (o.a. te Fleurus, Floriffoux, Mol en Brussel). Er werden ook verificaties uitgevoerd in de andere laboratoria die actief zijn binnen het nationaal radiologisch toezichtprogramma: het SCK te Mol, het WIV te Brussel en het FUSA te Gembloux.
De deskundigen formuleerden slechts enkele beperkte suggesties om het toezicht op de radioactiviteit in het leefmilieu nog verder te verbeteren. Zo werd er bijvoorbeeld voorgesteld om sommige staalnameleidingen beter te isoleren: de koudegolf van de voorbije dagen had er inderdaad voor gezorgd dat een tweetal van deze leidingen waren dichtgevroren. Verder benadrukte het verificatie team het belang van voldoende onafhankelijke labo's voor analyse van genomen stalen ter bepaling van de eventueel aanwezige besmetting.
Tenslotte merkte het team op dat een verbetering van de detectiegevoeligheid van TELERAD zoals bij het IRE incident, waar slechts één radioactieve stof (jodium) vrij kwam, geen evidente aangelegenheid is. De lozingen bij incidenten worden normaal gekenmerkt door een mengsel van radioisotopen, waarvan een aantal gemakkelijk op afstand door stralingsdetectoren kunnen gemeten worden.
Het FANC engageert er zich toe om de suggesties van de deskundigen van de Europese Commissie te realiseren.
12 Januari 2009



